Blog

New project: COMP-trace effects: A comparative and psycholinguistic approach

07-09-2019

I am very happy to announce that I will be starting to work on my DFG-funded project on COMP-trace effects this October. The COMP-trace effect refers to the fact that in English, a complementizer (such as that) cannot be followed directly by an empty subject position (trace). This is typically the case in so-called long-distance wh-questions, where a subject question phrase is spelled out in the matrix clause but is interpreted in the embedded clause:

1. *Who do you think that __ saw him?

This constraint is now believed to be part of a much more universal restriction regarding the displacement of subject from embedded cluases. Curiously, however, in German and Dutch, sentences as in (1) are not impossible:

2. Wer meinst du, dass ihn sah?

3. Wie denk je dat hem zag?

Nonetheless, there are indications that the sentences in (2) and (3) have a degraded status in these languages as well but that the strength of the COMP-trace effect is dependent on functional and processing related factors. In my project, I take a psycholinguistic and comparative approach in investigating the COMP-trace effect, which eventually should lead to a better understanding and explanation of the nature of this constraint.

The project will be carried out in cooperation with researchers at the Carl von Osseitzky Universität (Esther Ruigendijk and Cornelia Hamann) as well as international partners (Jack Hoeksema from the University of Groningen, Hilda Koopman from UCLA, Sam Featherston from The University of Tübingen and Luigi Rizzi from the University of Siena and Geneva.

Read more

Small languages, big ideas

16-05-2019

On April 4-5, Marie Schnieders (an MA student Language Dynamics) and I visited the conference 'Small languages, Big ideas: the smaller Germanic languages from a theoretical perspective' at the University of Zürich. The conference brought together speakers investigating a large variety of (smaller) Germanic languages. In addition to well-known Germanic languages like Dutch, Afrikaans and Norwegian, there were also presentations on lesser-known varieties such as Pennsylvania Dutch and Unserdeutsch.  The presentations covered different fields of linguistic inquiry, including phonology, morphology, syntax, sociolinguistics and historical linguistics.

Since several of the languages that were presented at the conference are minority lanaguge with an endangered status, the plenary discussion at the end also focused on the question of how to preserve - and importantly - document these languages. In that respect, the smaller Germanic languages certainly deserve attention by the linguistic community.

The presentation that Marie and I gave focused on word order variation in verbal clusters in Low German compared to High German. In our study, we combined techniques from dialectology and experimental syntax and looked at the extent to which there was transfer from one variety into the other and in which direction. A pdf of our presentation can be found here. Marie and I will also be giving a poster presentation of this talk at the TABU-dag in Groningen, 20-21 May.

For more information on the conference itself, the conference's website can be found here.

Read more

Het Koninglied continued

31-10-2018

Het is al weer even geleden dat De Dikke van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon meldde dat de gewraakte zin 'De dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier' zich inmiddels in het Nederlandse taalgebruik heeft genesteld. Het interview kun je hier nog eens beluisteren. Al eerder schreef ik over dit onderwerp, omdat het precies aansloot bij mijn promotieonderzoek. In mijn onderzoek heb ik de historische ontwikkelingen van het type zin dat in het koningslied werd gebruikt, onderzocht. Dit type constructie wordt in taalkundige kringen met de term 'langeafstandsverplaatsing' aangeduid, en komt onder andere ook voor bij vraagzinnen (zoals "Welke dag dacht je dat zou komen?"). Uit mijn onderzoek kwam naar voren dat dit constructietype voor betrekkelijke bijzinnen in onbruik is geraakt, maar dat het nog relatief vaak voorkomt in de context van vraagzinnen. Blijkbaar heeft de ongebruikelijkheid van deze constructie voor betrekkelijke bijzinnen ertoe geleid dat de zin heden ten dage als ongrammaticaal wordt beschouwd, getuige de ophef rondom het koningslied.

Volgens den Boon is de constructie door toedoen van Ewbank echter opnieuw gangbaar geworden en hij verwacht dat ze in de toekomst volkomen acceptabel zal worden. Als bewijs voor deze stelling haalt hij verschillende recente voorkomens van de constructie aan, zoals "de dag die je wist dat zou komen is eindelijk daar", "de brief die je wist dat zou komen is eindelijk daar", "de correctie die je wist dat zou komen..." en "de file die je wist dat zou komen...". Als ik deze voorbeelden zo eens bekijk, dan vraag ik mij toch sterk af of deze constructie wel echt aan een opmars is begonnen: het zijn immers slechts minimale variaties op de koningsliedzin. De enige variatie die we vinden is die van het antecedent (de dag), maar dan houdt het toch wel op. Daarmee is het wat mij betreft eerder een nieuwe gefossileerde uitdrukking, die steeds frequenter wordt, in plaats van een constructie die (opnieuw) in opmars is.

Overigens introduceert Den Boon nog een leuk neologisme, en wel 'deskundoloog'. Hij lijkt hiermee het tegenovergestelde van een deskundige te bedoelen, ofwel een ondeskundige. Hoe de betekenis 'ondeskundige' volgt uit het samenvoegen van de morfemen 'deskundige' en 'loog' is mij niet helemaal duidelijk, maar misschien heb ik Den Boon verkeerd begrepen. Ik eindig daarom maar met een open vraag: is Den Boon een deskundige of een deskundoloog?

Foto: Marion Golsteijn

Read more